Het Belgische D’Ieteren bevestigt voor het eerst dat het voor zijn dochterbedrijf Belron een beursgang onderzoekt. Als het zover komt, zal er voor het eerst een prijskaartje hangen aan deze eigenaar van Carglass, wat wordt gezien als een groeiparel in de portefeuille van D’Ieteren.
De aandeelhouders van autoruithersteller Belron, het moederbedrijf van Carglass, onderzoeken een mogelijke beursgang. Dat maakte een van die grootaandeelhouders, het in België genoteerde D’Ieteren, woensdagavond bekend bij de publicatie van zijn halfjaarcijfers. Het is de eerste bevestiging van een proces waarover al maanden wordt gespeculeerd.
De verkenning draait om de belangen van de minderheidsaandeelhouders. D’Ieteren bezit 50,3 procent van Belron. De overige aandelen zijn grotendeels in handen van private-equitypartijen Clayton Dubilier & Rice en Hellman & Friedman, samen met staatsfonds GIC en vermogensbeheerder BlackRock. Van deze partijen wordt aangenomen dat ze hun belang op enig moment willen verzilveren. Een beursnotering kan hun een uitweg bieden zonder dat D’Ieteren zelf afscheid hoeft te nemen van zijn belang. De Belgische holding benadrukte zijn langdurige betrokkenheid bij Belron.
Over de gekozen route en de timing is nog geen besluit genomen. Eerdere berichten wezen op Amsterdam als voorkeurslocatie voor de beursnotering en een waardering van meer dan 30 miljard euro. Dat zou Belron tot een van de grootste Europese beursgangen van de afgelopen jaren maken.
Belron meer waard dan heel D’Ieteren
Analisten waarderen het belang van D’Ieteren in Belron op circa 230 euro per aandeel D’Ieteren. Het aandeel zelf handelt op de beurs van Brussel op 183 euro. Alleen het belang in de eigenaar van Carglass vertegenwoordigt daarmee op papier al 2,5 miljard euro meer dan de volledige beurswaarde van D’Ieteren.
Daar komen de andere bezittingen nog bij. D’Ieteren bezit onder meer de Belgische auto-importeur D’Ieteren Automotive, onderdelendistributeur PHE, leverancier van machineonderdelen TVH en notitieboekjesmaker Moleskine.
In waarderingsmodellen wordt een deel van die waarde weggestreept tegen schulden en een omvangrijke korting voor de holdingstructuur. Analisten trekken gemiddeld 72 euro per aandeel af als holdingkorting. Zelfs na die aftrek komt de gemiddelde som-der-delen uit op 229 euro (zie onderstaande grafiek). Dat is een kwart boven de beurskoers.
Beleggers rekenen dus een extra korting boven op de korting die al in de taxaties van analisten is verwerkt. Die terughoudendheid hangt samen met de ingewikkelde groepsstructuur en de onzekerheid over de manier waarop de waarde van Belron uiteindelijk bij aandeelhouders van D’Ieteren terechtkomt.
Een beursnotering kan een deel van die onzekerheid wegnemen. Belron krijgt dan een zichtbare marktwaarde. Beleggers hoeven niet langer uitsluitend af te gaan op waarderingsmodellen van het analistencorps.
Alleen Belron is al meer waard dan D’Ieteren op de beurs 
Bron: verslaggeving D’Ieteren en analistenrapporten. In rood de veronderstelde waarde van Belron. In geel de gemiddelde som-der-delenwaarde per aandeel volgens negen analisten: Bank of America, Barclays, Berenberg, Bernstein, Degroof Petercam, Deutsche Bank, ING, Jefferies en KBC. Peildatum: 9 september 2026.
De winst komt van Carglass
De woensdagavond verschenen halfjaarcijfers laten zien waarom Belron zoveel gewicht heeft gekregen. De aangepaste winst vóór belastingen van D’Ieteren steeg met bijna 7 procent tot 482 miljoen euro. Bij constante wisselkoersen bedroeg de groei zelfs ruim 8 procent.
Die vooruitgang kwam volledig voor rekening van Belron. De winstbijdrage van de ruitenspecialist nam met bijna 69 miljoen toe tot 308 miljoen euro. De oorspronkelijke importeurspoot leverde ongeveer 73 miljoen euro in. De verbeteringen bij de overige deelnemingen waren voldoende om de resterende terugval op te vangen.
Belron is inmiddels goed voor bijna twee derde van de aangepaste groepswinst vóór belastingen (zie onderstaande grafiek).
De groei hangt voor een belangrijk deel samen met de toenemende complexiteit van autoruiten. Moderne voorruiten bevatten camera’s en sensoren voor rijstrookassistentie, noodremsystemen en andere veiligheidsfuncties. Na vervanging moeten deze systemen opnieuw worden afgesteld. Bij ruim de helft van de werkzaamheden van Belron hoort inmiddels zo’n kalibratie.
Verder verbeterde ook de vraag in de Verenigde Staten. Automobilisten deden weer vaker een beroep op hun verzekering voor ruitschade. Tijdens de sterke stijging van verzekeringspremies waren veel consumenten terughoudender geworden met het indienen van schadeclaims. Het indienen van dergelijke claims zorgt ervoor dat de toch al hoge premie verder oploopt. Daardoor stellen mensen het vervangen van een ruit vaker uit, of betalen ze het zelf zonder tussenkomst van de verzekering. Dat drukt het aantal opdrachten. Dat effect neemt volgens het bestuur nu geleidelijk af.
De hoeveelheid extra werk per beschadigde auto groeit inmiddels sneller dan het onderliggende aantal reparaties.
Belron vangt de terugval van Automotive op 
Bron: verslaggeving D’Ieteren. Aangepaste winst vóór belastingen (kernmaatstaf) in miljoenen euro’s.
Oude autodivisie onder druk
Bij D’Ieteren Automotive liep de omzet echter met bijna 11 procent terug. Het marktaandeel daalde en de winstmarge halveerde ruimschoots. De divisie heeft last van een zwakkere Belgische automarkt, lagere marges bij Volkswagen en toenemende concurrentie van Chinese automerken.
D’Ieteren heeft een reorganisatie aangekondigd die 344 banen kan kosten. Het bestuur verwacht in de tweede jaarhelft nog geen duidelijk herstel. Nieuwe, kleinere elektrische modellen van Volkswagen, Cupra en Skoda moeten op termijn helpen om marktaandeel terug te winnen.
De overige deelnemingen speelden in het halfjaar een bescheiden rol. PHE groeide mede door overnames, terwijl TVH profiteerde van een herstel van de vraag naar machineonderdelen. Moleskine boekte een hogere omzet, maar bleef verlieslatend.
Een beurskoers is nog geen opbrengst
Een beursnotering maakt de waarde van Belron zichtbaar, maar bezorgt D’Ieteren niet automatisch geld. De beursgang kan vooral bestaan uit een verkoop van de aandelen van de minderheidsaandeelhouders. D’Ieteren ontvangt dan geen verkoopopbrengst en behoudt zijn meerderheidsbelang.
Wel ontstaat een duidelijke referentieprijs. Krijgt Belron een waardering van meer dan 30 miljard euro, dan wordt het lastiger om D’Ieterens belang veel lager te waarderen. D’Ieteren kan later ook gemakkelijker aandelen verkopen, terwijl Belron beursgenoteerde aandelen kan inzetten voor overnames.
De schuldenlast weegt mee. Belron had eind juni ruim 8 miljard euro nettoschuld. De schuldgraad, de nettoschuld gedeeld door de brutobedrijfswinst (ebitda), daalde van 4,5 eind 2025 naar 4,3. Een tegenvallende waardering kan de verwachtingen rond D’Ieteren temperen.
Ook na een beursgang zal de korting waarschijnlijk niet verdwijnen. Investeringsmaatschappijen handelen vaak beneden de waarde van hun belangen. Beleggers kijken bovendien niet alleen naar wat die belangen waard zijn, maar ook naar wat het bestuur met het kapitaal doet.
Kapitaal onder nieuw beheer
Die vraag belandt binnenkort op het bordje van Eric Machiels. Hij volgt Francis Deprez op als topman van D’Ieteren. Onder Deprez veranderde de onderneming van een Belgische auto-importeur in een investeringsgroep die grotendeels op Belron steunt.
Machiels komt van de Canadese investeerder OMERS en wordt verantwoordelijk voor groei, investeringen en kapitaalallocatie. Bij een beursgang van Belron zal D’Ieteren duidelijker moeten maken hoeveel geld naar nieuwe overnames, schuldafbouw, dividend of de inkoop van eigen aandelen gaat.
De halfjaarcijfers laten zien waarom die beursgang voor D’Ieteren zo belangrijk is. Belron levert het grootste deel van de winst, vrijwel alle groei en is volgens analisten meer waard dan heel D’Ieteren op de beurs. Een notering zal uitwijzen of die rekensom ook op de beurs standhoudt.